Website van de Amstelveense Schaatsvereniging de Poelster

Schaatsen

Algemeen

Extra

Examen


Het examen wordt door alle kinderen gelijktijdig (in groepen) gereden. Dit houdt in dat de kinderen naar de baan komen en aan het eerste onderdeel, de warming-up op muziek mee doen. Daarna gaan ze naar de voorste- of achterste bocht om hun schaatsen aan te trekken en in te rijden. Vervolgens worden er op de rechte stukken en de krabbelbaan de proeven af genomen tot slot mogen de kinderen nog 10 minuten uitrijden in de bocht, waarna zij de baan moeten verlaten. De Poelster heeft besloten om vooraf gaande aan het officiële examen een proef examen af te nemen zodat de kinderen die afwezig zijn bij het echte examen toch hun diploma in ontvangst kunnen nemen.


Het examen bestaat uit een drietal onderdelen, de start- & remproef, de slalomproef en de rondjes achter de jagermeesters. Deze drie onderdelen worden apart op verschillende dagen afgelegd, en op de start- & remproef en de slalomproef wordt een paar keer geoefend.

Voor de examencriteria zie onderaan de pagina.


Start- & Remproef

De start- en remproef bestaat uit een parcours van 45 meter in lengte, waarin de kinderen tweemaal een draai van 180 graden moeten maken. De start/finishstreep ligt 5 meter van de tweede 'draai'pylon af en bestaat uit drie pylonnen, de ruimte tussen de middelste en rechter pylon vormt de startstreep, de ruimte tussen de linker en middelste pylon de finishstreep. De eerste draaipylon ligt 40 meter van de startstreep af, de tweede draaipylon 45 meter van de eerste, en 5 meter van de finishstreep.


De start ligt tussen de middelste en rechter pylon op de start/finish streep. Van hieruit rijden de kinderen zo snel mogelijk naar de eerste pylon om aldaar om de pylon heen te draaien en naar de tweede pylon te schaatsen. Ook hier moeten de kinderen omheen draaien en vervolgens terug rijden naar de start/finish streep. Pas wanneer de start/finish streep tussen de linker en middelste pylon gepasseerd wordt, zit de proef erop. Dus niet bij het bereiken van de twee pylon, zoals soms gedacht wordt.


Slalomproef

De slalomproef bestaat uit achtien pylonnen opgesteld in twee rijen 3 meter uitelkaar met een tussenruimte van 5 meter tussen twee opvolgende pylonnen. De 9e en 10e (de twee verstweggelegen) pylonnen liggen 5 meter uitelkaar en 10 meter van de 8e en 11e pylon af. De 1e en 18e pylon bevinden zich op de start/finishstreep.


De kinderen starten op de start/finshstreep aan de rechterzijde van de eerste pylon. Van hieruit schaatsen de kinderen zo snel mogelijk afwisselen links en rechts langs de pylonnen. De start ligt aan de rechterzijde van de 1e pylon, waardoor de 2e pylon aan de linkerzijde gepasseerd moet worden. De kinderen slalommen verder waarbij ze buitenom de 9e en 10e pylon moeten rijden alvorens terug naar de finish te slalommen. Wanneer de laatste pylon gepasseerd wordt zit de proef erop.


Jagermeesters

In één van de laatste lessen van het seizoen wordt het laatste deel van het examen afgenomen. Dit is het rijden van de rondjes achter de jagermeester. Dit wordt per uur gezamenlijk met alle verenigingen gedaan. Afhankelijk van de tijden die zijn gereden bij de start- en rem proef en de slalom gaan we 4, 6, 8, 13, 18, 20 of zelfs 22 ronden rijden. De schaatsproef en A’s (4 en 6 ronden) rijden in de eerste groep en alle overige in de tweede groep. De begeleiders van de groepen vertellen voor aanvang aan de kinderen het aantal ronden dat ieder moet rijden, de groepen dienen zich voor de start voor de jurytoren te verzamelen. Enkele begeleiders (de jagermeesters) rijden de hele rit op kop om het tempo in de hand te houden. Via de microfoon wordt het tempo aan gegeven zodat er niet te hard of te langzaam kan worden gereden. In de hal wordt per groep besloten of zij binnen of buiten hun rondjes rijden.

Examencriteria

Het schaatsvaardigheiddiploma dat behaald wordt is afhankelijk van de tijden gereden op de start- & remproef, slalomproef en de langebaanproef. Indien alle drie de proeven eenzelfde diploma geven, zal het kind dit schaatsvaardigheidsdiploma behaald hebben. Indien één van de proeven een andere diplomatijd geeft dan de overige twee onderdelen, zal de beslissing betreffende het te ontvangen diploma bij de begeleider en de jeugdschaatscommissie liggen.